De Pekvogel

Oskar ‘Voor’ de Pekvogel had weer malchance. Vorige week kreeg hij nog te krampen* met licht ontvlambare dampen, tot plots bleek dat de nood hoger was dan de hoogste tak. 

Hij keerde zijn staart naar het ruggensteuntje, bezong wat onder zijn lenden verscheen met een olijk kreuntje en spuwde alles weer uit op het onbeschreven blad van een laaghangende tak. 

Oskar had zich tegoed gedaan aan ons Leesvoer en at zijn buik bol* aan de sappige verze* vruchtenconfituur op ons hemels krokant korstje brood. Eens je de smaak te pakken hebt, is het best verslavend spul. Gelukkig zijn onze porties niet te royaal en dat kunnen de Zegswijzen Waan en Onmin wellicht beamen: 

Wie den Dikke[1] niet weert, ‘t fijne niet eert!

Tekst en illustratie: eerder verschenen in Blauwblad No. 01, feb. 2021 (p. 27).

Voetnootje:
[1] (den) Dikke Van Dale (woordenboek).


TAGS