Jacob Cats

‘Furentem quid delubra iuvant?’

Terwijl de aap rechtop, als met mensen schreden, Heel deftig op de maat van ’t spel vooruit zou treden Zodra Eenieder wat noten werpt in den hoop De aap die dat ziet, haast zich vlug op de loop


Lees verder...

‘Krepel wil altijt voor dansen’

Lestmaal kwam ik in een veld, Waar Eenieder was gesteld Tot een uitgelaten vreugd Naar de wijze van de jeugd; Jonge lieden van het land Zongen, sprongen hand aan hand: Ieder maakte groot geschal, Ieder was er even mal.


Lees verder...