Vakantiewit
De kleur vakantiewit helpt om onze geest binnenstebuiten te laten glijden en dus hielp het-staren-in-de-leegte-van-het-vakantiewit ook Blauwe Wolk om zich zo bont als een cirkel* te concentreren. Om zijn pijlen zowel hoog als laag te richten; het momentum te overstijgen. Om te geloven in de bereikbaarheid van lyrische atmosferen. Gevrijwaard van scherpe pieken en drassige dalen.
Vakantiewit heeft meer stijl dan kleur. Het is een zelfstandig én bijvoeglijk naamwoord dat ons helpt om ladders te beklimmen op te stijgen en veilig weer te landen. Om door ramen te kruipen, wallen te slopen, van de hak op de tak rivieren af te varen en aldus te herbronnen. Het is een kleurconcept dat omschrijft hoe je iets of iemand in een recreatief licht kan doen baden.
De kleuren die mooi dialogeren met vakantiewit zijn vast blauw en verbleekt oranje. Smaragdgroen, hoppescheut en – zoals Heerr Grrimminck het stelt: donkerrhout.
Dit huis ademde
– traag maar gestaag –
aarding in de geest,
stilte blij de grot,
wortels aan de einder.
#Aanknopingspunten
sloegen ’t stof uit onze veren
als betoverde bezemstrelen*;
joegen ’t lof door onze snavel:
drink-, vrucht- en dankbaar
bruisend vakantiewit.
Tekst: eerder verschenen in Blauwblad No. 03, juni 2021 (p. 34).
TAGS
[taxopress_postterms id=”1″]
Opkrikkertje
Er gerst* ons in Waartou enkel nog 'n getikt moment te vinden om spraakwater op te krikken, onze #AirCrafts op te laden, d'hoge gisting op te winden, een schol aan de haak te slaan.
Tuinhuis van de Dichter
Het volstaat om langs de voordeur het vakantiewit te betreden, 12 tot 13 passen rechtdoor te gaan en met de achterdeur het portaal weer af te sluiten. Zo stranden we bij het Tuinhuis van de Dichter. De kust is veilig: de valse reiger Narcissus valt nergens te bespeuren.
Verzilverd blauw
Waarr wacht je nog op? Kijk rrond, niet omhoog of naar je tenen, schudt 't donkerrhout nu maar uit je veren, schrijf 't verzilverd blauw bij 't vakantiewit en je zal zien: 't spoorr loopt ni dood - 't tij zal wel keren.
Streuvelstaal
We verrijkten onze #Woordenschat met zijn naturalistische taalkunst en likken nog steeds onze vingers af bij werkwoorden als monkelplooien, spartelpoten, geksche(e)ren of staro(o)gen,...








