De Sgreeuw van Suskewiet
Alle serieuzeneuzen* wezen in dezelfde richting want wie kent nu niet, ’t Slaaplied van ons’ spitsneuzige* Suskewiet (> Lb. 02: 14)? Wie las ’t recht voor de aap* Sgreeuwlied hieronder nog niet? Tjeempie! Want wie gaapt straks naar de broodschrijverspijp, dicht de mond vol bananenspijs of Streuvelsbrood, en fluit schuinig* mee ’t vogelvrijgefloten (Blauwhaus) Weverslied?
Want ziet,
floot Suskewiet (de blinde vink)
die zichzelf in ’t werkstuk
(ooitrood en timmergoud)
slechts half weerspiegeld ziet.
…om mijn kunste kromt geen limiet!
Ik sgreeuw* niet, ik wondereis*;
‘k ben de aap, dwars én eigenwijs;
’n kleurrijk figuur; ’n potige gijs;
allesb’halve ouwgrauwblommegrijs.
Groote narren hebben groote bellen;
’n vogelvrijfluiter is geen bandiet;
al schiet ik nooit d’ hoofdvogel af:
een banaan maakt geen parkiet!
Mijn praatjes vulden de buik niet?
Mijn verze vruchten? Geacht onrijp?
Maar al weef ik nooit de grootste prijs,
ik dicht alle gaatjes met bananenspijs!
TAGS
[taxopress_postterms id=”1″]
Auwblauwblommen
Isabel Bouttens ontdekte de auwblauwblomme in de Woordenschat, scharrelde ze mee uit een pluktuin en bracht ze aardig opgevaasd* mee naar de (Blauwhaus) ‘Sole Mio’ picknick in de Lijsternesttuin op een goêmeidag... daarna lieten we ze drogen.
aap-noot-mies
Blauwe Wolk viste ergens een 'Sprekende Oude Doos' op die luidop verwees naar het 'leesplankje van Hoogeveen'. Geïnspireerd door de woordenschat van het plankje concipieerden wij een nieuwerwetse variant vol guitige knipogen: het (eerste?) Blauwhaus Leesplankje 3.0
Vogelvrijfluiter
Omdat Vrijsluiter No. 01 heimelijk smeekte om een opvolger, voegden we als neven- of blijspel bij Blauwblad No. 08 opnieuw een Vrijsluiter toe...
De Versste Kerskaart*
Elk jaar stuurt Blauwhaus de versste kerskaart* naar hun vrienden, partners en contacten. Dit jaar werd ze geschreven door een broodschrijver die zijn vrijvogels met ankers aan banden liet leggen door een spreekwoordelijke taalschat uit 1946: een vos die kraait als een ezel die krabt aan zijn fladderstaart, en die om den brode allerlei duiven verkoopt.







